Godmother in Panama
HOE ZAT HET NOU MET DIE XTC?

Ornstein en Moear in de vrouwengevangenis in Panama
PANAMA 25/5/2008 - Dat het boek “De Godmother in Panama” was uitgekomen werd me al snel duidelijk toen omroepen me begonnen te bellen om beeldmateriaal dat ik gefilmd had toen Thea Moear nog in de Panamese vrouwengevangenis zat. Het duurde nog een paar weken voordat ik dan zelf eindelijk een examplaar in handen had, en inmiddels heb ik het boek, geschreven door Hendrik Jan Korterink, uit.
Ik geloof dat de laatste keer dat ik over de zaak verslag deed was tijdens de “rechtzaak” in Panama, voor Het Parool. Het was een belachelijke bananenrepubliekige vertoning. De aanklager zwaaide met “De Godmother", dat hij niet had gelezen. De rechter verbood hem er nog verder aan te refereren zolang hij geen vertaling leverde. De aanklager trok zich er niets van aan en bleef maar zeggen dat hier een vrouw zat die haar man had laten liquideren, ook al leefde de man in werkelijkheid nog. Tijdens de lunchpauze verdween het hoofd van de DEA van de Amerikaanse ambassade in de werkkamer van de rechter, die vervolgens de rest van de zitting half slapend doorbracht. De DEA undercover agent die getuigde vertelde dat alle gesprekken waren opgenomen, maar weigerde de opnames of zelfs maar transcripts in te leveren. In ieder normaal land zou de zaak door een woedende rechter de rechtzaal uitgeschopt zijn. Thea werd veroordeeld.
En dat was, zo vertelde een andere DEA agent me na afloop, ook precies de reden dat de Amerikanen niet op Thea’s uitlevering hadden aangedrongen: In Panama zou ze veroordeeld worden, in de VS hoogstwaarschijnlijk niet.
Follow up:
In 2000 zette ik voor het eerst voet op Panamese bodem, gewapend met een camera, een tolk en een brief van RTL in het Spaans. Ik kende al mensen in Panama, en had de zender verzekerd dat het verkrijgen van toestemming om Thea Moear in de gevangenis te mogen filmen in een handomdraai geregeld zou zijn. Ik correspondeerde al met Tina - die ook in het boek figureert - nadat haar moeder me via een gemeenschappelijke vriendin had verteld over de zaak. Ik meldde me bij Licenciada Corro, de directrice van het gevangeniswezen, en na enig heen en weer gepraat en een paar dagen wachten kreeg ik inderdaad toestemming om te filmen - op papier alleen met Tina, maar in de praktijk met beide dames die, in tegenstelling tot wat ik verwacht had, niet erg gebukt leken te gaan onder het gevangenisbestaan. De camera trok sowieso hele slierten vrouwen aan; ik heb bijvoorbeeld nog een tape vol met zingende rakataka meiden met stralende glimlachen en gouden voortanden. De gevangenis leek soms wel een primitief vacantiepark. En zo wordt het in het boek ook beschreven door de drie dames die het verhaal dragen, Tina, Marcha en natuurlijk Thea.
Maar Tina had me ook heel andere dingen geschreven. Zo vertelde ze bijvoorbeeld in een brief hoe in de beruchte preventiva de vrouwen opeengepakt zaten met ratten en kakkerlakken en schurft, en hoe ze dan ’s avonds zongen om hun verdriet te vergeten. Dit wilde ik opnemen, en Tina regelde meteen dat er die avond op volle sterkte gezongen zou worden ("de longen uit hun lijf", zei ze later) terwijl mijn camera buiten het geheel met sfeervolle avondshots zou registreren. Uiteindelijk werden we door de bewaking weggestuurd, en is er op de band nog geen zingende vogel te horen. De volgende dag mocht ik de gevangenis niet meer in om te filmen, zogenaamd omdat ik met de avondlijke filmsessie niet nader aangeduide wetten had overtreden, maar in werkelijkheid om heel andere redenen - en dat brengt ons dan naar waar het boek van Korterink hopeloos tekort schiet: Wat behelsde nu precies die XTC zaak in Panama?
Gedurende die eerste dag dat ik aan het filmen was bracht een zekere Winston Spadafora een bezoek aan de gevangenis. Ik had hem niet opgemerkt, maar hij mij wel. Met Thea. Hij kende Thea, ze waren min of meer bevriend en hij had haar als eens - voor $25.000 - aangeboden consul van Panama te worden op een Caribisch eiland naar keuze. Spadafora was op het moment van dit bezoek Minister van Justitie. Inmiddels is hij Magistraat van het Panamese Hooggerechtshof en geniet de twijfelachtige eer de Verenigde Staten niet meer in te mogen vanwege een onafzienbare reeks corruptieschandalen waar hij een hoofdrol in vervulde - en vervult.
Spadafora had daarnaast een advocatenbureau samen met voornoemde Mw. Corro, directrice van het gevangeniswezen. Overplaatsingen en strafverminderingen konden via dit kantoor op prettige wijze worden “geregeld".
Was Spadafora betrokken bij de XTC zaak? Ja en nee. Nee, niet rechtsreeks. Ja, via zijn tussenpersoon, een zekere Blas “Toto” Velazquez, een duistere figuur die ook binnen zijn zonnebril ophield en standaard alles ontkende nog voordat je hem iets gevraagd had. Korterink’s boek stelt dat Thea, haar partner Antonio en ministerieel adviseur en wannabe parlementslid Oscar Osorio in de VS zijn aangeklaagd, maar dit is slechts een gedeelte van het verhaal. Velazquez hoort ook in dat rijtje thuis. Het is in Panama een publiek geheim dat je bij hem moet zijn als je iets met Spadafora wilt (lees: omkoperij) en onlangs was hij nog uitgebreid in het nieuws nadat hij een vrouw had bedreigd die boos was omdat, nadat ze een som smeergeld had betaald, door Spadafora niet aan de overeenkomst was voldaan.
Zo ontbreken er wel meer links in het verhaal die belangrijk zijn om de verstrekkendheid van het XTC verhaal te begrijpen: Oscar Osorio was de adviseur van José Teran, Minister van Volksgezondheid, maar het boek vermeldt niet dat Teran op zijn beurt de minnaar van presidente Mireya Moscoso was - die hem later weer inruilde voor Winston Spadafora. Zo close was dit gezelschap.
In het boek noemt Thea een bespreking die plaatsvond in het Ceasar Park (en dus niet het Ceasar Palace) hotel. Daar was ook Spadafora’s man Velasquez aanwezig, en buiten lagen de DEA agenten in de bosjes om aankomst en vertrek van de aanwezigen te fotograferen.
Spadafora was dus, zo leerde ik later, niet blij om Thea geinterviewd te zien worden door een buitenlandse journalist, en nog wel met een camera. En dat was de reden dat ik de gevangenis niet meer in mocht. Het kostte ongeveer een week stampij maken (een halve pagina in de krant) en een rondgang langs ministeries en het presidentieel paleis voordat ik mijn vergunning weer terugkreeg.
Korterink’s boek maakt in het geheel niet duidelijk hoe onderzoeken van de DEA uiteindelijk leidden tot de arrestatie van Thea en Antonio, en de vaagheid over de XTC handel leidt onafwendbaar tot een aantal fouten en omissies. Terloops wordt een Opel Kadett genoemd die naar Panama werd verscheept vanuit Nederland en waarin, volgens de DEA, de pillen verstopt zouden zitten. Die pillen zijn nooit gevonden, zoals het boek terecht vermeldt. Maar het boek vertelt niet dat toen de auto verscheept werd Antonio’s telefoon in Nederland al werd getapt, en dat die tapverslagen bijvoorbeeld laten zien dat hij en Thea wel erg veel belden over de reis en aankomst van een simpele auto. En gelet op de invloed en connecties van een aantal personen die door de Amerikanen in de zaak zijn aangeklaagd moet het in Panama een fluitje van een cent zijn geweest om eventueel aanwezige smokkelwaar uit die auto te halen voordat er zelfs maar een douanier aan te pas zou komen. Uiteindelijk was het diezelfde “Toto” Velazquez die voor Thea en Antonio stempels in hun paspoorten regelde als dat nodig was - of juist géén stempels.
In feite kwamen er door die auto twee onderzoeken bij elkaar; één vanuit Nederland, het zogenaamde Soledo onderzoek, en het andere vanuit de VS naar Thea en haar vriendenkring in Panama, met waarschijnlijk achterliggende politieke motieven (de aanklager was dezelfde die Noriega achter de tralies heeft gezet). De Amerikanen wisten in het begin ook niet precies wat ze nou wilden met Thea. Zo kreeg ik op een gegeven moment een nachtelijke tip dat ze de volgende dag naar Miami gevlogen zou worden. Ik dacht er even over na, besloot dat ik de Amerikanen niet wilde helpen door mijn mond te houden en ging om 4 uur ’s nachts bij Thea’s advocaat langs, die meteen de volgende ochtend een aantal juridische maatregelen nam die uitlevering onmogelijk zouden maken.
Het is op zich wel voorstelbaar dat Thea haar kaken stijf op elkaar houdt over wat er nou werkelijk is gebeurd, maar het boek blijft daardoor wel hangen in een anecdotisch relaas van haar belevenissen alhier, des te meer omdat de auteur zelf geen enkel onderzoek heeft gedaan in Panama, of althans zo lijkt het.
Oh, one more thing. Op pagina 60 las ik tot mijn verbazing dat ik in de boekenimport zit en “De Godmother” bij de Panamese autoriteiten geintroduceerd zou hebben - iets dat ik, zegt Tina in het boek, nooit had moeten doen. Niets is minder waar. Tijdens mijn eerste afspraak met Drug Tsaar Rosendo Miranda (later ontslagen vanwege het in het ongerede raken van een partij vee die van een drugshandelaar in beslag was genomen) was zijn eerste vraag wat ik hem kon vertellen over dat boek, aangezien hij vanzelfsprekend geen Nederlands las. De Amerikanen hadden later zelfs een samenvatting in het Spaans en Engels. Het is ook niet verwonderlijk dat als een onderzoek vanuit Nederland bij de DEA en uiteindelijk in Panama terechtkomt, er via de geëigende kanalen exemplaren van het boek, dat net een paar maanden uit was en nogal wat ophef had veroorzaakt, de oceaan overvliegen; daar hadden ze mij gelukkig niet voor nodig.
En al zou ik de aanklager al eerste bewust hebben gemaakt van het bestaan van de biografie; wat dan nog? Het vragen van commentaar over feiten die bij een officiele figuur al dan niet bekend zijn is normale journalistieke praktijk.